ECLI:NL:PHR:2011:BN7160
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing GATS op dividendbelastingheffing bij uitkering aan Antilliaanse vennootschap
De zaak betreft de vraag of de Nederlandse dividendbelasting op een dividenduitkering aan een vennootschap gevestigd op de Nederlandse Antillen in strijd is met de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS) en het LGO-Besluit. De belanghebbende, een in Nederland gevestigde vennootschap, stelde dat de inhoudingsvrijstelling voor binnenlandse aandeelhouders ook moest gelden voor haar Antilliaanse aandeelhouder, op grond van het verbod op discriminatie in art. XVII GATS.
De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het LGO-Besluit geen verplichtingen oplegt jegens vennootschappen in de Nederlandse Antillen en dat de uitkering van dividend geen dienst is in de zin van de GATS. De Hoge Raad bevestigt dat de GATS niet van toepassing is op interne transacties binnen het Koninkrijk der Nederlanden, omdat de Nederlandse Antillen geen andere GATS-partij zijn. Ook als de GATS wel van toepassing zou zijn, is er geen sprake van discriminatie omdat de situatie van een binnenlandse aandeelhouder niet vergelijkbaar is met die van een aandeelhouder buiten de Nederlandse belastingheffing.
Daarnaast overweegt de Hoge Raad dat de GATS-bepalingen niet rechtstreeks werken in de Nederlandse rechtsorde, maar dat nationale rechters deze bepalingen zoveel mogelijk GATS-conform moeten toepassen. De carve-out in art. XIV(d) GATS laat directe belastingen toe, waaronder de dividendbelastingheffing zoals toegepast. Het incidentele cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt niet behandeld wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de dividendbelastingheffing op de uitkering aan de Antilliaanse vennootschap.