ECLI:NL:PHR:2011:BO1303
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing en rechtmatigheid van de thincapregeling bij fiscale eenheid en het goodwill-gat in de vennootschapsbelasting
De zaak betreft een geschil over de toepassing van de thincapregeling (artikel 10d Wet op de vennootschapsbelasting 1969) door eiseres, een accountants- en belastingadvieskantoor dat een fiscale eenheid vormt met een dochtermaatschappij. Door de fiscale eenheid verdwijnt de geactiveerde goodwill van de fiscale balans, wat leidt tot een negatief fiscaal vermogen en een vermeend te veel aan vreemd vermogen, waardoor renteaftrek wordt geweigerd.
De rechtbank oordeelde dat de thincapregeling moet worden toegepast op basis van het geconsolideerde vermogen van de fiscale eenheid en dat de regeling niet strijdig is met het gelijkheidsbeginsel of het EG-Verdrag. Eiseres voerde aan dat de regeling onredelijk is vanwege het goodwill-gat en dat er sprake is van dubbele belastingheffing, maar deze bezwaren werden verworpen.
De Hoge Raad bevestigt dat de tekst van de wet geen ruimte laat voor een afwijkende toepassing bij fiscale eenheden en dat de regeling niet strijdig is met Europese regelgeving. De discussie over het goodwill-gat en de wenselijkheid van een tegenbewijsregeling komt uitgebreid aan bod, waarbij ook parlementaire geschiedenis en literatuur worden besproken. De uitspraak benadrukt de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever op fiscaal gebied en het ontbreken van een autonome discriminatiegrondslag in dit kader.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de rechtmatigheid van de toepassing van de thincapregeling op basis van geconsolideerd vermogen binnen fiscale eenheden, ondanks het goodwill-gat.