ECLI:NL:PHR:2011:BO1337
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid aangever voor douaneschuld bij onttrekking na aanvaarding aangifte douanevervoer
In deze zaak staat centraal vanaf welk moment de aangever aansprakelijk is voor een douaneschuld die ontstaat door onttrekking van goederen aan het douanetoezicht. Belanghebbende had goederen aangegeven onder de regeling douanevervoer. Tussen de aanvaarding van de aangifte en de vrijgave van de goederen vond vermoedelijk een onttrekking plaats van twee colli rundvlees.
De Rechtbank had geoordeeld dat de goederen zich tot de vrijgave in tijdelijke opslag bevonden en dat belanghebbende daarom niet als douaneschuldenaar kon worden aangemerkt voor de onttrekking in die periode. De Staatssecretaris stelde in cassatie dat de aansprakelijkheid al aanvangt bij aanvaarding van de aangifte, omdat de goederen vanaf dat moment onder de regeling douanevervoer zijn geplaatst.
De Hoge Raad concludeert dat met de aanvaarding van de aangifte goederen een douanebestemming krijgen en daarmee de status van tijdelijke opslag verliezen. De aansprakelijkheid van de aangever begint daarom bij aanvaarding van de aangifte en niet pas bij vrijgave van de goederen. De zaak wordt verwezen voor nader feitenonderzoek naar het tijdstip van de onttrekking.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de aansprakelijkheid van de aangever voor onttrekking aan het douanetoezicht begint bij aanvaarding van de aangifte voor douanevervoer en verwijst de zaak voor nader feitenonderzoek.