ECLI:NL:PHR:2011:BO4013
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende bewijs voor opzet verduistering en valsheid in geschrift
Verdachte werd door het hof veroordeeld voor medeplegen van verduistering van geld uit het huursubsidiesysteem van het Ministerie van VROM en medeplegen van valsheid in geschrift. Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op verklaringen, bankafschriften en proces-verbalen, waarin verdachte gegevens aan een ambtenaar had verstrekt en geld op zijn rekening had ontvangen.
Verdachte stelde in cassatie dat het hof niet had gemotiveerd waarom uit zijn gedragingen opzet op verduistering en valsheid in geschrift kon worden afgeleid. Volgens hem ontbrak het aan bewijs dat hij bewust had samengewerkt met de ambtenaar die het systeem manipuleerde. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet had toegelicht hoe het opzet was vastgesteld en dat de bewijsmiddelen ook een andere uitleg toelieten.
Daarnaast had het hof niet gereageerd op het expliciete en onderbouwde verweer van verdachte over het ontbreken van opzet, hetgeen een schending van art. 359 lid 2 Sv Pro opleverde. Hierdoor was het bestreden arrest nietig. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe behandeling en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs en motivering van het opzet van verdachte, en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.