ECLI:NL:HR:2010:BJ7275
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest medeplegen moord wegens onvoldoende bewijs samenwerking verdachte
De zaak betreft het beroep in cassatie van een verdachte die werd veroordeeld voor medeplegen van moord en het wegmaken van een lijk. Het hof had geoordeeld dat verdachte, hoewel niet aanwezig bij de uitvoeringshandelingen, nauw en bewust had samengewerkt met mededaders.
De bewezenverklaring steunde op uitgebreide verklaringen van mededaders, politieprocessen-verbaal en forensisch bewijs, waaronder het aantreffen van het lichaam en de vaststelling van de doodsoorzaak. Verdachte had onder meer de mobiele telefoons geprogrammeerd die voor communicatie werden gebruikt, was aanwezig bij besprekingen over de moord en het verbergen van het lijk, en had na de feiten de auto schoongemaakt.
De Hoge Raad oordeelt echter dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte zo nauw en bewust met anderen heeft samengewerkt dat sprake is van medeplegen. Verdachte heeft geen uitvoeringshandeling verricht en was niet aanwezig bij de moord en het wegmaken van het lijk. Daarom wordt het arrest van het hof vernietigd en wordt de zaak terugverwezen naar het gerechtshof voor een nieuwe berechting.
Het arrest is gewezen door vijf raadsheren en uitgesproken op 9 maart 2010.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van medeplegen door verdachte en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.