ECLI:NL:PHR:2011:BO4493
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring bedreiging met de dood in Enschede
Op 6 december 2007 bedreigde verdachte telefonisch een medewerkster van een bedrijf in Enschede met woorden van dreigende aard, waaronder dat hij haar zou neerschieten als hij een pistool had. Deze bedreiging kwam ter kennis van het slachtoffer en werd direct bij de politie gemeld. Het hof achtte de verklaring van de getuige die het telefoongesprek voerde met verdachte betrouwbaar en voldoende ondersteund door het relaas van de wijkagent die verdachte bezocht na de melding.
Verdachte ontkende de bedreiging, maar bood wel excuses aan. De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was omdat het op één getuige berustte, maar het hof vond de verklaring voldoende gemotiveerd en overtuigend. De Hoge Raad herhaalt het bewijsminimum van art. 342, tweede lid, Sv en oordeelt dat het hof dit correct heeft toegepast.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde het arrest van het gerechtshof Arnhem waarin verdachte werd veroordeeld tot een werkstraf wegens bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht. Er zijn geen gronden voor ambtshalve vernietiging van het arrest. De conclusie van de advocaat-generaal is dat het beroep ongegrond is en dient te worden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de bewezenverklaring van bedreiging en verwierp het cassatieberoep.