ECLI:NL:PHR:2011:BO4931
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens ontbreken goede trouw schuldenaar
De zaak betreft een verzoek van een schuldenaar om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsanering (WSNP). De rechtbank Haarlem wees dit verzoek af omdat de schuldenaar niet te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan van de schuld aan het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). De schuldenaar ging hiertegen in hoger beroep, maar het hof Amsterdam bevestigde het vonnis na inhoudelijke behandeling.
De Hoge Raad toetste het oordeel van het hof op begrijpelijkheid. Het hof had geoordeeld dat de schuldenaar door het rijden door rood en het begaan van meerdere verkeersovertredingen niet te goeder trouw was geweest. De stelling dat het normaal is dat automobilisten bekeuringen krijgen, werd niet eerder ingebracht en was onvoldoende om het oordeel te weerleggen. Ook de belastingschuld werd meegenomen in de beoordeling, waarbij het niet doen van aangifte een reden kan zijn voor afwijzing.
De schuldenaar voerde tevens aan dat op grond van artikel 288 lid 3 Fw Pro de rechter discretionair kan besluiten tot toelating ondanks het ontbreken van goede trouw, bijvoorbeeld bij psychosociale problematiek. Het hof vond echter dat de schuldenaar onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij zijn omstandigheden onder controle had en dat hij in een stabiele leefsituatie verkeerde. Betalingen op de schuld waren beperkt en onvoldoende onderbouwd.
De Hoge Raad concludeerde dat het cassatieberoep ongegrond is en bevestigde daarmee het arrest van het hof. Het verzoek tot schuldsanering werd definitief afgewezen vanwege het ontbreken van goede trouw en onvoldoende bewijs van herstel van omstandigheden.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsanering wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw en onvoldoende aannemelijkheid van herstel van omstandigheden.