ECLI:NL:PHR:2011:BO5237
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens ontbreken mededeling tweede bloedafname bij alcoholonderzoek
In deze zaak is verdachte veroordeeld wegens het rijden onder invloed van alcohol. Het hof had vastgesteld dat verdachte binnen een uur na de vordering tot medewerking aan een voorlopig ademonderzoek een bloedproef had ondergaan. Volgens artikel 15, derde lid, van het Besluit alcoholonderzoeken moet de opsporingsambtenaar de verdachte informeren over het recht op een tweede bloedafname na het verstrijken van dat uur.
De Hoge Raad stelt dat het hof niet heeft onderzocht of deze mededeling daadwerkelijk is gedaan, noch of verdachte heeft aangegeven geen tweede bloedafname te willen. Uit de stukken blijkt niet dat de mededeling is gegeven, waardoor een ernstig vermoeden bestaat dat de verplichting niet is nagekomen.
Omdat het recht op een tweede bloedafname en de mededeling daarvan een waarborg is om rechtsongelijkheid te voorkomen, betekent het ontbreken van deze mededeling dat het onderzoek in de zin van artikel 8, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 niet heeft plaatsgevonden. Dit leidt tot het oordeel dat het arrest van het hof niet in stand kan blijven en dient te worden vernietigd.
De Hoge Raad bevestigt hiermee het belang van strikte naleving van de mededelingsplicht bij alcoholonderzoeken en de noodzaak van een gemotiveerde beoordeling door het hof over de naleving daarvan.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het ontbreken van onderzoek naar de mededeling over het recht op een tweede bloedafname.