ECLI:NL:PHR:2011:BO6696
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende onderzoek naar recht op advocaat voorafgaand aan politieverhoor
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin verdachte is veroordeeld voor meerdere feiten van oplichting. De verdediging voerde aan dat verklaringen van de verdachte, die zonder voorafgaand overleg met een advocaat waren afgelegd, niet als bewijs mochten worden gebruikt. Het Hof verwierp dit verweer met de motivering dat verdachte op zijn zwijgrecht was gewezen en geacht moest worden op de hoogte te zijn van zijn rechten vanwege zijn strafrechtelijk verleden.
De Hoge Raad herhaalt de relevante overwegingen uit eerdere jurisprudentie (HR LJN BH3079) en verwijst naar het arrest Salduz van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Volgens de Hoge Raad moet de verdachte voorafgaand aan het eerste politieverhoor de gelegenheid krijgen om een advocaat te raadplegen, maar is er geen recht op aanwezigheid van een advocaat tijdens het verhoor zelf. Het Hof had echter niet onderzocht of verdachte daadwerkelijk was gewezen op dit recht en of hij daarvan gebruik kon maken of ondubbelzinnig afstand had gedaan.
Daarom is het oordeel van het Hof dat het verweer van de verdediging wordt verworpen ontoereikend gemotiveerd en onbegrijpelijk. Het eerste middel van cassatie slaagt, waardoor het arrest wordt vernietigd. De overige middelen worden niet inhoudelijk behandeld. De Hoge Raad zal het arrest vernietigen en de zaak terugverwijzen of anderszins afhandelen conform de wet.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en motivering omtrent het recht van verdachte op raadpleging van een advocaat voorafgaand aan het eerste politieverhoor.