ECLI:NL:PHR:2011:BO9837
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering bewezenverklaring medeplegen gebruik valse geschriften en oplichting
Verdachte werd door het Hof Den Haag veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van opzettelijk gebruik van valse en vervalste geschriften, medeplegen van oplichting en deelname aan een criminele organisatie. De feiten betroffen het gebruik van valse werkgeversverklaringen, huurovereenkomsten, salarisspecificaties en bankafschriften om hypothecaire leningen en consumptieve kredieten te verkrijgen bij banken.
Het Hof baseerde de bewezenverklaring mede op de nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachten, waarbij vennootschappen van verdachte en medeverdachten structureel klanten naar elkaar doorverwezen en overleg pleegden over de aan- en verkoop van onroerend goed en financieringsaanvragen. Diverse getuigenverklaringen en documenten bevestigden de betrokkenheid van verdachte bij het opzetten van valse documenten en het regelen van financieringen.
De verdediging voerde aan dat verdachte zich niet met de financieringsaanvragen bezighield en dus niet verantwoordelijk kon worden gehouden voor het gebruik van valse documenten. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat de nauwe samenwerking ook gericht was op de bewezenverklaarde strafbare gedragingen. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat verdachte voorwaardelijk opzet had op het gebruik van de valse geschriften en oplichting.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het Hof ten onrechte heeft aangenomen dat een poging tot oplichting bewezen was zonder dat dit uit de bewijsmiddelen blijkt. Ook is het middel over de redelijke termijnoverschrijding gegrond verklaard. De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover het gaat om de bewezenverklaring van medeplegen van gebruik van valse geschriften en oplichting en de opgelegde straf, en wijst de zaak terug naar het Hof voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de bewezenverklaring en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.