ECLI:NL:PHR:2011:BO9974

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
8 februari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01387 A
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 230 lid 1 Wetboek van Strafrecht van ArubaArt. 402 lid 1 SvAArt. 402 lid 7 SvA
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging vonnis wegens niet-naleving vereiste inhoud bewijsmiddelen in Antilliaanse strafzaak

In deze zaak heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba verzoekster veroordeeld voor medeplegen van valsheid in geschrifte en witwassen. Het Hof heeft echter verzuimd om in het bestreden vonnis de inhoud van de bewijsmiddelen op te nemen, terwijl dit volgens artikel 402 lid 1 SvA Pro verplicht is.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert dat dit verzuim leidt tot nietigheid van het vonnis op grond van artikel 402 lid 7 SvA Pro. Hoewel de bewijsmiddelen als bijlage bij de stukken zijn gevoegd, moet de inhoud daarvan in het vonnis zelf worden vermeld.

Als gevolg van dit formele gebrek wordt het vonnis vernietigd en wordt de zaak verwezen naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba voor hernieuwde berechting. De overige cassatiemiddelen worden niet behandeld omdat het eerste middel slaagt.

Uitkomst: Het vonnis wordt vernietigd wegens het niet opnemen van de inhoud van bewijsmiddelen in het strafvonnis en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde berechting.

Conclusie

Nr. 10/01387 A
Mr. Hofstee
Zitting: 14 december 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte=verzoekster]
1. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba (verder: het Hof) heeft verzoekster bij strafvonnis van 13 oktober 2009 wegens "1. medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als bedoeld in artikel 230 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht van Aruba, als ware het echt en onvervalst, terwijl uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan, meermalen gepleegd", "2. medeplegen van een gewoonte maken van het opzettelijk witwassen van geld", "3. medeplegen van gewoontewitwassen" veroordeeld tot twee jaren gevangenisstraf. Voorts is verzoekster ontzet van het recht het ambt van ambtenaar te bekleden voor de duur van vijf jaren.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 10/01387A en 10/01392A. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Namens verzoekster heeft mr. D.G. Kock, advocaat te Oranjestad (Aruba), zes middelen van cassatie voorgesteld.
4. Het eerste middel klaagt dat artikel 402 lid 1 SvA Pro is geschonden nu het Hof in het strafvonnis heeft verzuimd de inhoud van de bewijsmiddelen op te nemen.
5. Art. 402 SvA Pro luidt, voor zover hier van belang:
"1. Het vonnis bevat het tenlastegelegde alsmede de inhoud van de bewijsmiddelen, voor zover deze tot bewijs daarvan geldt.
(...)
7. Alles op straffe van nietigheid."
6. Het strafvonnis vermeldt onder de kop "De bewijsmiddelen" het volgende:
"Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op feiten en omstandigheden die in bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
De bewijsmiddelen zullen in geval van beroep in cassatie in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen."
7. Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich voorts een bijlage inhoudende de bewijsmiddelen, behorende bij voormeld strafvonnis. Deze bijlage is getekend door de voorzitter van het Hof op 1 maart 2010.
8. Uit het vorenstaande blijkt dat het Hof heeft verzuimd de inhoud van de bewijsmiddelen in het strafvonnis op te nemen. Dit verzuim leidt op grond van art. 402, zevende lid, SvA tot nietigheid.(1)
9. Nu als gevolg van dit verzuim het strafvonnis dient te worden vernietigd, zie ik geen aanleiding de overige middelen van cassatie te bespreken. Indien Uw Raad daar anders over mocht oordelen, zal ik in een aanvullende conclusie de middelen alsnog bespreken.
10. Het eerste middel slaagt.
11. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en verwijzing van de zaak naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Zie voorts HR 2 november 2010, LJN BN9359, HR 2 november 2010, LJN BN9358 en HR 13 juli 2010, LJN BJ8669, NJ 2010, 572.