ECLI:NL:PHR:2011:BP0076
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof inzake toerekening wederrechtelijk verkregen voordeel bij medeplegen hennepteelt
In deze zaak gaat het om de cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin betrokkene werd veroordeeld voor medeplegen van het telen van hennep en diefstal van elektriciteit. Het hof had het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €7.472,70 en dit bedrag volledig aan betrokkene toegerekend.
Betrokkene stelde dat de opbrengst van de hennepteelt door drieën moest worden gedeeld, omdat hij zijn twee mededaders moest betalen. Deze stelling werd door het hof verworpen omdat deze pas in hoger beroep was ingebracht en geen steun vond in het dossier. De Hoge Raad oordeelt dat dit oordeel onbegrijpelijk is, omdat de betrokkenheid van de mededaders en de verdeling van de opbrengst al in eerdere processtukken en verklaringen aan de orde waren.
De Hoge Raad benadrukt dat bij medeplegen het ontnemingsvoordeel per dader moet worden vastgesteld en dat bij gebrek aan voldoende aanknopingspunten een pondspondsgewijze verdeling kan plaatsvinden. Het hof heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het niet tot een dergelijke verdeling is gekomen. Daarom wordt het arrest vernietigd en wordt verwezen naar een nieuwe beslissing op basis van art. 440 Sv Pro.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onjuiste toerekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel bij medeplegen.