ECLI:NL:PHR:2011:BP0572
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig handelen en eigen schuld bij procedure-inschrijving bestuur in handelsregister
Deze zaak betreft een geschil tussen eiser en De Middelhorst over de vraag of eiser onrechtmatig heeft gehandeld jegens betrokkene door hem mede-eiser te laten zijn in een procedure tot inschrijving van een bestuur in het handelsregister, zonder dat betrokkene daarvoor toestemming gaf. Betrokkene had zijn vordering op eiser aan De Middelhorst gecedeerd. De Middelhorst vorderde betaling van dwangsommen die betrokkene zou hebben verbeurd.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene inderdaad dwangsommen had verbeurd en wees de vordering toe. Het hof bevestigde dit oordeel en stelde vast dat eiser een fout had gemaakt door betrokkene mede-eiser te laten optreden in een procedure die alleen de inschrijving van het bestuur aanvocht, terwijl ook de nietigheid van de dading had moeten worden aangevochten. Het hof verwierp het beroep van eiser op eigen schuld van betrokkene wegens onvoldoende bewijs.
Eiser stelde in cassatie dat het hof essentiële stellingen had gepasseerd en onvoldoende had gemotiveerd waarom het beroep op eigen schuld werd verworpen. De Hoge Raad oordeelt dat het hof de feiten begrijpelijk heeft gewogen en dat het beroep van eiser faalt. De fout van eiser lag niet in het opnemen van betrokkene als eiser, maar in het nalaten de nietigheid van de dading te vorderen. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.