ECLI:NL:PHR:2011:BP1545
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardering schenkingsrecht op waarde in vrij opleverbare staat en verwerpt beroep op vertrouwensbeginsel
In deze zaak staat centraal de waardering van een appartementsrecht dat door een zoon aan zijn moeder werd geschonken. De notariële akte van verdeling dateert van 30 september 2002, waarbij de waardering van het appartementsrecht aanvankelijk werd vastgesteld op basis van 60% van de WOZ-waarde, rekening houdend met bewoning. De Belastingdienst stelde echter een hogere waarde vast, namelijk de waarde in vrij opleverbare staat, en legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting en schenkingsrecht op.
Belanghebbende voerde onder meer aan dat de Belastingdienst haar in haar correspondentie had doen geloven dat de waardering voor het schenkingsrecht onder bepaalde omstandigheden op 60% van de leegwaarde mocht worden gesteld en dat het tijdsverloop tussen de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting en de aanslag schenkingsrecht een beroep op het vertrouwensbeginsel rechtvaardigde. Tevens stelde zij dat sprake was van een moreel woonrecht dat een waardedrukkend effect zou moeten hebben.
Het Hof Amsterdam oordeelde dat de 60%-regel per 1 januari 2002 was afgeschaft en dat de waardering moest plaatsvinden op de waarde in vrij opleverbare staat. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat geen sprake was van een bewuste standpuntbepaling van de Belastingdienst die het vertrouwen rechtvaardigde. Ook het moreel woonrecht werd niet erkend als grond voor een waardedrukkend effect.
De Hoge Raad bevestigt deze beoordeling en wijst het cassatieberoep af. De Hoge Raad benadrukt dat de waardering voor het schenkingsrecht moet plaatsvinden op de waarde in het economische verkeer in vrij opleverbare staat. Het vertrouwensbeginsel kan niet worden ingeroepen op basis van algemene brieven en tijdsverloop zonder een duidelijke bewuste standpuntbepaling van de Belastingdienst. Ook het moreel woonrecht biedt geen grondslag voor een afwijkende waardering. De naheffingsaanslag overdrachtsbelasting dient volledig te worden verrekend met het schenkingsrecht.
Deze uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de waarderingsregels na de afschaffing van de 60%-regel en verduidelijkt de voorwaarden waaronder het vertrouwensbeginsel kan worden ingeroepen in fiscale procedures.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof bevestigd, waarbij de waardering voor het schenkingsrecht wordt vastgesteld op de waarde in vrij opleverbare staat.