ECLI:NL:GHAMS:2010:BM5543
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- O.B. Onnes
- A.P.M. van Rijn
- I.J.F.A. van Vijfeijken
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag schenkingsrecht en afwijzing beroep op vertrouwensbeginsel bij waardering woning
In deze zaak staat centraal of de aanslag schenkingsrecht op een appartement correct is vastgesteld en of belanghebbende mocht vertrouwen op een lagere waardering vanwege een moreel woonrecht. De inspecteur had de waarde van het appartement vastgesteld op €130.000, leidend tot een aanslag op een verkrijging van €65.000. Belanghebbende stelde dat de waarde moest worden vastgesteld op 60% van de waarde in onbewoonde staat vanwege haar bewoning en moreel woonrecht.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard en het Hof bevestigt deze uitspraak. Het Hof oordeelt dat het vervallen van artikel 21, vierde lid, Successiewet 1956 betekent dat de waardering moet plaatsvinden op basis van de waarde in vrij opleverbare staat, zonder ruimte voor een waardedrukkend effect van een moreel woonrecht. Het besluit van de staatssecretaris van Financiën uit 2002 biedt hierin geen steun.
Belanghebbende voerde tevens een beroep op het vertrouwensbeginsel, stellende dat de inspecteur te lang had gewacht met het opleggen van de aanslag en dat zij mocht vertrouwen op de waardering in bewoonde staat. Het Hof oordeelt dat er geen sprake is van een bewuste standpuntbepaling van de inspecteur die dit vertrouwen rechtvaardigt. De inspecteur had belanghebbende en haar notaris geïnformeerd over de waarde voor de overdrachtsbelasting en de naheffingsaanslag was tijdig opgelegd.
Het Hof concludeert dat de aanslag terecht is opgelegd op basis van de waarde in vrij opleverbare staat en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag schenkingsrecht bevestigd.