ECLI:NL:PHR:2011:BP2208
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling bestuurder vrachtwagen voor aanmerkelijke onvoorzichtigheid bij aanrijding fietsster
De verdachte reed op 11 april 2006 met een elf meter lange vrachtwagencombinatie over de Stadionkade in Amsterdam. Op de kruising met de Parnassusweg bracht hij zijn voertuig tot stilstand naast een fietsster die eveneens stilstond. De verdachte sloeg rechtsaf in de veronderstelling dat de fietsster al was afgeslagen, maar had niet met voldoende zekerheid vastgesteld dat zij zich niet meer in de directe nabijheid van zijn voertuig bevond. Hierdoor raakte hij de fietsster, die viel en ernstig letsel opliep.
Het hof stelde vast dat de verdachte het slachtoffer op geen enkel moment had waargenomen, terwijl dit van hem mocht worden verlangd. De Hoge Raad benadrukte dat aan een bestuurder van een vrachtwagencombinatie hoge eisen van oplettendheid moeten worden gesteld, mede vanwege de gevaren van de dode hoek. De spiegelinstelling van de vrachtwagen was niet optimaal, waardoor de verdachte onvoldoende zicht had.
De verdediging voerde aan dat een falende waarneming niet automatisch schuld oplevert, maar de Hoge Raad verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd geoordeeld dat bij een dergelijke situatie sprake kan zijn van aanmerkelijke onvoorzichtigheid. De bewezenverklaring was voldoende gemotiveerd en het middel van cassatie werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van de vrachtwagenchauffeur wegens aanmerkelijke onvoorzichtigheid en onoplettendheid bij een verkeersongeval met een fietsster.