ECLI:NL:PHR:2011:BP2215
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing wegens onvoldoende bewijs bedreiging met zware mishandeling
De zaak betreft een conflict tussen vader en zoon en een wethouder van de gemeente Middenbeemster, waarbij verdachte en zijn mededader het slachtoffer en diens gezin hebben bedreigd met woorden die als bedreiging met zware mishandeling en met een misdrijf tegen het leven gericht zijn aangemerkt. Het hof had verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een geldboete.
De Hoge Raad stelt dat voor een veroordeling wegens bedreiging met zware mishandeling vereist is dat de bedreiging van dien aard is dat bij het slachtoffer de redelijke vrees kan ontstaan voor zwaar lichamelijk letsel. De bewezenverklaring van het hof over de bedreiging met zware mishandeling is volgens de Hoge Raad onvoldoende gemotiveerd, omdat de uitlatingen met betrekking tot incassomaatregelen niet noodzakelijkerwijs een bedreiging met zware mishandeling inhouden.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het betrekking heeft op de bedreiging met zware mishandeling en de strafoplegging daarvoor en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof te 's-Gravenhage. Voor het overige wordt het beroep verworpen. Het verzoek tot het horen van een getuige is door het hof terecht afgewezen.
De Hoge Raad bevestigt dat de bedreigingen met betrekking tot een misdrijf tegen het leven gericht wel voldoende zijn bewezen en dat het hof geen verkeerde rechtsopvatting heeft gegeven over de eisen voor strafbare bedreiging. De zaak bevat een uitgebreide analyse van de omstandigheden, de uitlatingen en de motivering van het hof en de Hoge Raad.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor de bewezenverklaring en strafoplegging van bedreiging met zware mishandeling en verwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling.