ECLI:NL:PHR:2011:BP4474

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
12 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/02829
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 107 WVW 1994Art. 179 WVW 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging ontzegging rijbevoegdheid bij overtreding art. 107 WVW 1994 wegens ontbreken wettelijke grondslag

Verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Het hof legde een taakstraf op en ontzegde verdachte tevens de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor vier maanden. Namens verdachte werd cassatie ingesteld met het middel dat het hof ten onrechte een rijontzegging had opgelegd, omdat de wet dit niet voorziet.

De Hoge Raad overwoog dat artikel 179 WVW Pro 1994 niet vermeldt dat bij overtreding van artikel 107 een Pro ontzegging van de rijbevoegdheid kan worden opgelegd. Ook is er geen algemene maatregel van bestuur die dit regelt. Daarom is het middel gegrond en wordt het bestreden arrest vernietigd voor zover het de rijontzegging betreft.

De zaak wordt terugverwezen naar het hof om het hoger beroep opnieuw te behandelen en af te doen met verwerping van het beroep voor het overige. De strafoplegging dient dus zonder rijontzegging te geschieden. Hiermee wordt bevestigd dat de wetgever niet heeft voorzien in een rijontzegging bij deze overtreding.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de rijontzegging wegens ontbreken wettelijke grondslag en verwijst de zaak terug voor nieuwe berechting zonder rijontzegging.

Conclusie

Nr. 09/02829
Mr. Silvis
Zitting 8 februari 2011
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is bij arrest van 9 juli 2009 door het gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, wegens "Overtreding van art. 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994", veroordeeld tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 uur, subsidiair 30 dagen hechtenis. Het hof heeft voorts verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen ontzegt voor de duur van vier maanden.
2. Namens verdachte heeft mr. S. de Korte, advocaat te Utrecht, een middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat het hof ten onrechte wegens overtreding van art. 107, eerste lid, WVW 1994 een ontzegging van de bevoegdhied motorrijtuigen te besturen heeft opgelegd, nu de wet daarin niet voorziet.
4. Het middel is terecht voorgesteld. In art. 179 WVW Pro 1994 wordt veroordeling wegens overtreding van art. 107 WVW Pro 1994 inderdaad niet genoemd als mogelijkheid om een ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen. Evenmin is er een algemene maatregel van bestuur waarin wordt bepaald dat bij een veroordeling wegens overtreding van art. 107, eerste lid, WVW 1994 een rijontzegging kan worden opgelegd.
5. Het middel slaagt.
6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan, met verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG