ECLI:NL:HR:2011:BP4474
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt ontzegging rijbevoegdheid bij overtreding art. 107 WVW 1994
In deze zaak stond de vraag centraal of het Hof bevoegd was om bij overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen te ontzeggen. De verdachte was door het Hof veroordeeld en kreeg onder meer een ontzegging van de rijbevoegdheid voor vier maanden opgelegd.
De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen deze strafoplegging. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof te Amsterdam voor hernieuwde berechting en afdoening.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte de rijbevoegdheid had ontzegd, omdat noch de wet noch een andere wettelijke bepaling voorziet in de mogelijkheid om bij overtreding van art. 107, eerste lid, WVW 1994 de rijbevoegdheid te ontzeggen. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest voor zover het de strafoplegging betrof en verwees de zaak terug naar het Hof voor een nieuwe beoordeling van de strafoplegging, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de ontzegging van de rijbevoegdheid wegens overtreding van art. 107 WVW 1994 en verwijst de zaak terug naar het Hof voor hernieuwde beoordeling.