ECLI:NL:PHR:2011:BP4800
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Overschrijding cassatietermijn bij tenuitvoerlegging buitenlandse onderhoudsverplichting
Verzoeker heeft bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem waarin verlof werd verleend tot gedeeltelijke tenuitvoerlegging van een buitenlandse onderhoudsverplichting. Het hof had een beschikking van de rechtbank Almelo vernietigd en het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) verlof verleend op grond van een internationale overeenkomst.
De Hoge Raad stelt vast dat de cassatietermijn van één maand, zoals bepaald in art. 990 Rv Pro, is overschreden. De beschikking van het hof dateert van 27 april 2010, terwijl het cassatieberoep pas op 26 juli 2010 bij de Hoge Raad is ingekomen. Het Verdrag bevat geen afwijkende termijnregeling.
Daarom kan verzoeker niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn principaal cassatieberoep. Gevolg is dat ook het incidenteel cassatieberoep van het LBIO niet-ontvankelijk wordt verklaard. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkheid van beide beroepen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de cassatietermijn.