ECLI:NL:PHR:2011:BP6019

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
12 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/02702 P
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 SvArt. 511h Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep in profijtontnemingszaak wegens overschrijding termijn

In deze zaak heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage bij arrest van 20 april 2009 aan verzoeker de verplichting opgelegd om een bedrag van € 605.880,- aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Verzoeker heeft tijdig cassatie ingesteld, maar de schriftuur met middelen van cassatie is niet binnen de wettelijke termijn ingediend. De aanzegging, bedoeld in artikel 435, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, is op 11 januari 2010 rechtsgeldig betekend. Hierdoor begon de termijn van 60 dagen voor het indienen van middelen van cassatie te lopen, die op 12 maart 2010 verstreek.

Omdat de schriftuur pas op 15 maart 2010 werd ingediend, is de termijn overschreden. De Hoge Raad oordeelt dat verzoeker daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep. Dit volgt uit de toepassing van artikel 437, tweede lid, Sv, en artikel 511h Sv, die ook van toepassing is in ontnemingszaken.

De Hoge Raad bevestigt hiermee de strikte toepassing van termijnen in cassatieprocedures en onderstreept het belang van correcte adresgegevens voor aanzeggingen.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van middelen van cassatie.

Conclusie

Nr. 09/02702 P
Mr. Hofstee
Zitting: 15 februari 2011
Conclusie inzake:
[Betrokkene=verzoeker]
1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft bij arrest van 20 april 2009 aan verzoeker de verplichting opgelegd om een bedrag van € 605.880,- aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2. Namens verzoeker heeft mr. M.D. Sint Nicolaas, advocaat te 's-Gravenhage, op 29 april 2009 tijdig cassatie ingesteld. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, is namens hem niet binnen de door de wet gestelde termijn een schriftuur ingediend.
3. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de vorenbedoelde aanzegging door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend.
4. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend dient verzoeker niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G