ECLI:NL:PHR:2011:BP6421
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid OM en vermindert straf wegens termijnoverschrijding in fiscale fraudezaak
In deze zaak werd de verdachte veroordeeld voor het opzettelijk onjuist of onvolledig doen van belastingaangifte, waarbij hij feitelijke leiding gaf aan de verboden gedraging. De verdediging voerde onder meer aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens schending van beginselen van goede procesorde en het niet naleven van artikel 80 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). Het hof verwierp dit verweer, stellende dat de processen-verbaal met instemming van het bestuur van 's Rijks belastingen waren ingediend en dat het tripartite-overleg niet noodzakelijk was vanwege het buitenlandse rechtshulpverzoek dat het onderzoek initieerde.
Daarnaast werd een overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep vastgesteld, voornamelijk veroorzaakt door de langdurige en complexe procedure, mede door de gelijktijdige behandeling met zaken van medeverdachten en het horen van getuigen. Het hof achtte deze overschrijding niet aan de verdachte toe te rekenen, waardoor het recht op een redelijke termijn werd geschonden. Dit leidde tot een strafvermindering.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof over de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie en oordeelde dat het eerste middel van cassatie niet slaagde. Het tweede middel, gericht op de termijnoverschrijding en de overschrijding van de inzendtermijn in cassatie, slaagde gedeeltelijk, wat aanleiding gaf tot vermindering van de opgelegde straf. De overige gronden voor vernietiging werden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de ontvankelijkheid van het OM en vermindert de straf met een maand wegens termijnoverschrijding.