ECLI:NL:PHR:2011:BP6429
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt strafoplegging wegens onvoldoende motivering weigering taakstraf
In deze zaak heeft het gerechtshof te 's-Gravenhage de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht weken wegens het trekken van voordeel uit een misdrijf. De verdediging bood aan dat de verdachte een taakstraf zou verrichten, ondanks het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, met communicatie via het kantooradres van de raadsman.
Het hof verwierp dit aanbod omdat het volgens haar niet mogelijk was afspraken te maken over de uitvoering van een taakstraf zonder vaste verblijfplaats. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het aanbod tot taakstraf is verworpen, aangezien het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats niet zonder meer uitsluit dat een taakstraf kan worden uitgevoerd.
Daarnaast heeft de Hoge Raad de bewezenverklaring en de motivering van het hof omtrent het bewijs en de getuigenverklaringen onderzocht en deze als voldoende onderbouwd beoordeeld. Het cassatieberoep wordt daarom slechts gedeeltelijk gegrond verklaard, uitsluitend gericht op de strafoplegging, en de zaak wordt terugverwezen aan het hof voor hernieuwde beoordeling van de straf.
De Hoge Raad benadrukt dat de rechter in strafzaken vrij is in de keuze van straf en de waardering van factoren, maar dat een weigering van een taakstraf bij een verdachte zonder vaste verblijfplaats wel degelijk goed gemotiveerd moet worden. De aanwijzing van het College van procureurs-generaal laat ruimte voor uitzonderingen, hetgeen het hof niet heeft meegewogen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt gedeeltelijk vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van de strafoplegging.