ECLI:NL:PHR:2011:BP6570
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest Hof wegens onvoldoende motivering afwijzing aanhoudingsverzoek raadsvrouw
In deze zaak heeft de Hoge Raad het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage vernietigd waarin verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard in hoger beroep. Het Hof had het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak, gedaan door de raadsvrouw van verdachte wegens persoonlijke verhindering en afwezigheid van haar kantoorgenoot, afgewezen zonder een deugdelijke motivering.
De Hoge Raad overweegt dat het verzoek om aanhouding door een raadsman niet alleen op de terechtzitting hoeft te worden gedaan, maar dat ook een schriftelijk verzoek tijdig kan zijn, zeker indien het verzoek samenhangt met het recht van de verdachte op rechtsbijstand. Het Hof had een belangenafweging moeten maken tussen het aanwezigheidsrecht van de verdachte, het belang van een spoedige berechting en het belang van een goede organisatie van de rechtspleging, waarbij het recht op rechtsbijstand een wezenlijk belang is.
De Hoge Raad stelt dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het verzoek werd afgewezen en dat het verwijzen naar het landelijke aanhoudingsprotocol niet volstaat. Verder was het verzoek tijdig ingediend, aangezien de raadsvrouw pas kort voor de zitting op de hoogte was van de datum en het verzoek ruim voor de zitting is gedaan. Gelet hierop en het grote belang van rechtsbijstand, is het oordeel van het Hof niet begrijpelijk.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verwijst de zaak terug voor een nieuwe beslissing, waarbij het Hof de belangenafweging en motivering zorgvuldig moet uitvoeren. Er is geen aanleiding voor ambtshalve vernietiging door de Hoge Raad zelf.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de afwijzing van het aanhoudingsverzoek van de raadsvrouw.