ECLI:NL:PHR:2011:BP8687
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over partneralimentatie en procesrechtelijke behandeling van Engelstalige stukken
Partijen zijn in 2001 gehuwd en in 2008 gescheiden. De vrouw vroeg wijziging van alimentatie, waarbij de rechtbank aanvankelijk een bedrag toekende, dat later op nihil werd gesteld. De vrouw verzocht hernieuwd om alimentatie, wat de rechtbank toewijst, maar het hof vernietigde deze beschikking en wees het verzoek af, omdat de vrouw onvoldoende had onderbouwd dat zij voldoende inspanningen had verricht om een beter betaalde baan te vinden.
Het hof legde daarnaast Engelstalige stukken die de vrouw had overgelegd zonder vertaling terzijde, wat door de Hoge Raad werd bevestigd als passend binnen het procesreglement. De vrouw stelde cassatieberoep in tegen het oordeel van het hof over haar inspanningen en de motivering van het oordeel.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de vrouw niet voldoende inspanningen zou hebben verricht en dat het oordeel niet voldeed aan de hoge motiveringseisen die gelden bij het praktisch beëindigen van alimentatie. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.
Tegelijkertijd bevestigt de Hoge Raad dat het hof terecht de Engelstalige stukken zonder vertaling buiten beschouwing heeft gelaten, omdat deze niet eenvoudig leesbaar waren en het procesreglement dit toestaat.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij afwijzing van alimentatieverzoeken en de toepassing van procesregels omtrent taal en vertaling van stukken.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over de inspanningen van de vrouw om beter betaald werk te vinden; de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.