ECLI:NL:PHR:2011:BP9387
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over bewijs en motivering bij aanwezigheid amfetamine in voertuig
Verdachte werd door het gerechtshof Arnhem veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van circa 50 gram amfetamine in een voertuig. De bewezenverklaring steunde onder meer op proces-verbalen van politieambtenaren en een NFI-rapport dat echter niet alle aangetroffen gripzakjes betrof.
De verdediging voerde aan dat niet duidelijk was of de inhoud van alle tien gripzakjes was getest door het NFI en dat de bewezenverklaring ondeugdelijk was gemotiveerd doordat het hof een proces-verbaal had geciteerd zonder het woord "vermoedelijk" te vermelden, wat tot denaturering zou leiden.
De Hoge Raad constateerde dat het NFI-rapport alleen betrekking had op het eerste aangetroffen zakje en niet op de tien gripzakjes die later werden gevonden. Wel oordeelde de Hoge Raad dat het bewijs ook ontleend kan worden aan andere wettige bewijsmiddelen, zoals verklaringen van betrokkenen en omstandigheden.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof een kennelijke misslag had gemaakt door het woord "vermoedelijk" weg te laten, waardoor de mate van zekerheid omtrent de inhoud van de zakjes werd overschat. Desondanks kon het hof op basis van de overige bewijsmiddelen voldoende aannemelijk maken dat verdachte amfetamine bij zich had, maar niet de exacte hoeveelheid van circa 50 gram.
De conclusie van de Advocaat-Generaal was dat het middel faalt vanwege de kennelijke misslag en dat het beroep moet worden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor het bezit van amfetamine, ondanks een kennelijke misslag in de bewezenverklaring.