Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2011:BP9387

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juli 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/00064
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 344 SvArt. 359 SvArt. 2 OpiumwetArt. 3 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens denaturering proces-verbaal in zaak amfetaminebezit

In deze strafzaak werd verdachte veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van circa 50 gram amfetamine. Het Hof Arnhem baseerde de bewezenverklaring mede op een proces-verbaal van politie waarin stond dat de inhoud van aangetroffen gripzakjes 'vermoedelijk' 50 gram amfetamine betrof. Het Hof had echter het woord 'vermoedelijk' weggelaten in haar weergave, waardoor de bewezenverklaring werd gedenatureerd.

De Hoge Raad oordeelde dat het Hof niet bevoegd was om het woord 'vermoedelijk' weg te laten, omdat dit de inhoud van het bewijs onjuist weergeeft en de bewezenverklaring niet voldoet aan de wettelijke eisen van motivering. Daarom werd het arrest van het Hof vernietigd voor zover het betrekking had op deze bewezenverklaring.

De zaak werd terugverwezen naar het Hof Arnhem voor hernieuwde berechting van dit onderdeel. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. De Hoge Raad gaf hiermee een belangrijke aanwijzing over de zorgvuldigheid die vereist is bij het weergeven van bewijsstukken in vonnissen en arresten.

Uitkomst: Arrest Hof Arnhem vernietigd wegens denaturering proces-verbaal; zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

12 juli 2011
Strafkamer
nr. 10/00064
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 9 november 2009, nummer 21/000632-08, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Zutphen van
1 februari 2008 - de verdachte ter zake van 1. "Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod" veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden en ter zake van 2. (de Hoge Raad leest:) "Handelen in strijd met een in artikel 3 van Pro de Opiumwet gegeven verbod, viermaal gepleegd" veroordeeld tot "4 (vier) hechtenisstraffen, telkens voor de duur van 3 (drie) dagen" met verbeurdverklaring zoals in het arrest omschreven.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.L.M. van der Voet, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Silvis heeft primair geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Het middel klaagt onder meer over denaturering door het Hof van een tot het bewijs gebezigd proces-verbaal van politie.
3.2.1. Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat:
"hij op 30 oktober 2006 te Ulft, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 50 gram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I."
3.2.2. Deze bewezenverklaring steunt onder meer op het in het middel bedoelde proces-verbaal van politie, opgemaakt door de opsporingsambtenaar [verbalisant 1], inhoudende het relaas van de verbalisant. Dat relaas is door het Hof als volgt weergegeven:
"Met de speurhond, Jacky, werd door mij een onderzoek ingesteld in een Opel Corso met het kenteken [AA-00-BB].
Bij dit onderzoek "tekende" de hond op meerdere plaatsen, zowel voorin als achterin het voertuig. Bij het door mij ingestelde onderzoek trof ik op de vloer van het voertuig, tussen de bestuurdersstoel en de achterbank, een pakketje aan. Het bleken tien gripzakjes met daarin wit poeder.
In mijn bijzijn werd de poeder op het districtsbureau te Doetinchem getest en gewogen. De inhoud bestond uit ongeveer 50 gram amfetamine. De aangetroffen zakjes werden door mij op het bureau achtergelaten bij [verbalisant 2]."
3.2.3. Voormeld proces-verbaal, dat zich bevindt bij de op de voet van art. 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad gezonden stukken, houdt als relaas van de verbalisant in:
"Met de speurhond, Jacky, werd door mij een onderzoek ingesteld in een motorvoertuig, merk Opel, type Corsa, kleur zwart en voorzien van het kenteken [AA-00-BB] (Dld), in verband met mogelijke aanwezigheid van middelen en of stoffen, genoemd op lijst I en II van de Opiumwet.
Verloop assistentie
Bij dit onderzoek "tekende" de hond op meerdere plaatsen, zowel voorin als achterin het voertuig. Bij het door mij ingestelde onderzoek trof ik op de vloer van het bovengenoemde voertuig, tussen de bestuurdersstoel en de achterbank een pakketje aan. Het bleken 10 gripzakjes met daarin witte poeder. De tien zakjes waren gevouwen en in twee pakketjes van vijfjes zakjes met plakband bij elkaar verpakt en het geheel was weer verpakt in 4 of 5 andere plastic gripzakjes.
In mijn bijzijn werd de poeder op het districtsbureau te Doetinchem getest en gewogen. Vermoedelijk bestond de inhoud van de 10 gripzakjes uit ongeveer 50 gram amfetamine. Bovengenoemde werd door mij op het districtsbureau te Doetinchem, bij [verbalisant 2] achtergelaten."
3.3. Het hiervoor onder 3.2.3 weergegeven proces-verbaal houdt in als relaas van [verbalisant 1] dat de inhoud van de aangetroffen gripzakjes bestond uit "vermoedelijk" 50 gram amfetamine. Gelet hierop was het het Hof niet toegestaan diens relaas weer te geven met weglating van het woord "vermoedelijk". Dit brengt mee dat de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen is omkleed.
3.4. De klacht is gegrond.
4. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat het middel voor het overige geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Arnhem, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 12 juli 2011.