ECLI:NL:PHR:2011:BP9415

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
21 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01588
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-indienen schriftuur middelen

Verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage bij arrest van 19 januari 2010 veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van doodslag en subsidiair mishandeling met voorbedachte raad tegen haar kind. Tegen dit arrest werd beroep in cassatie ingesteld door een administratief ambtenaar namens verdachte.

De aanzegging van het cassatieberoep vond rechtsgeldig plaats op 31 mei 2010, waarna de termijn voor het indienen van schriftuur houdende middelen op 30 juli 2010 verstreek. Verdachte heeft echter geen middelen van cassatie binnen deze termijn ingediend.

Op grond van artikel 437, tweede lid, Sv kan verdachte daardoor niet in cassatie worden ontvangen. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat verdachte niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in het cassatieberoep.

Deze zaak hangt samen met andere zaken waarin eveneens niet-ontvankelijkheid in cassatie wordt geconcludeerd.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen.

Conclusie

Nr. 10/01588
Mr. Machielse
Zitting 15 maart 2011
Conclusie inzake:
[Verdachte](1)
1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage bij arrest van 19 januari 2010 wegens 1. primair "medeplegen van doodslag" en 2. subsidiair tweede cumulatief/alternatief "mishandeling gepleegd met voorbedachte raad, begaan tegen haar kind, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren.
2. H.J. Smits, administratief ambtenaar bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage, heeft beroep in cassatie ingesteld.
3. De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv Pro is op 31 mei 2010 rechtsgeldig betekend. De door het tweede lid van art. 437 Sv Pro gestelde termijn van twee maanden verstreek op 30 juli 2010. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan de verdachte ingevolge artikel 437, tweede lid, Sv niet in het cassatieberoep worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Deze zaak hangt samen met 10/00444 ([medeverdachte 1]), 10/00470 ([medeverdachte 5]), 10/00540 ([medeverdachte 2]) en 10/01590 ([medeverdachte 4]) waarin ik vandaag ook concludeer.