ECLI:NL:PHR:2011:BP9415
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-indienen schriftuur middelen
Verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage bij arrest van 19 januari 2010 veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van doodslag en subsidiair mishandeling met voorbedachte raad tegen haar kind. Tegen dit arrest werd beroep in cassatie ingesteld door een administratief ambtenaar namens verdachte.
De aanzegging van het cassatieberoep vond rechtsgeldig plaats op 31 mei 2010, waarna de termijn voor het indienen van schriftuur houdende middelen op 30 juli 2010 verstreek. Verdachte heeft echter geen middelen van cassatie binnen deze termijn ingediend.
Op grond van artikel 437, tweede lid, Sv kan verdachte daardoor niet in cassatie worden ontvangen. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat verdachte niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in het cassatieberoep.
Deze zaak hangt samen met andere zaken waarin eveneens niet-ontvankelijkheid in cassatie wordt geconcludeerd.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen.