ECLI:NL:PHR:2011:BQ0700
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vergoeding aanvullende zorgverzekering voor verslavingszorg in Zuid-Afrika ondanks AWBZ-verval
De zaak betreft een geschil tussen [eiser] en ONVZ over vergoeding van kosten voor verslavingszorg in Zuid-Afrika, die [eiser] via zijn aanvullende zorgverzekering wilde declareren. ONVZ weigerde vergoeding met verwijzing naar artikel 65 lid 1 AWBZ Pro, dat dubbele verzekering en premiebetaling moet voorkomen door verval van privaatrechtelijke aanspraken zodra AWBZ aanspraken bestaan die gelijkwaardig zijn.
De rechtbank en het hof wezen de vorderingen af, stellende dat de AWBZ aanspraken prevaleren en dat de aanvullende verzekering vervalt voor zover de AWBZ dekking biedt. Het hof oordeelde dat de zorg in Zuid-Afrika onder de AWBZ viel, ondanks dat Zuid-Afrika geen verdragsland is, en dat de aanvullende verzekering daarom niet tot vergoeding verplicht is.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof. De Raad stelt dat de AWBZ geen dekking biedt voor de zorg in Zuid-Afrika en dat de aanvullende verzekering aanspraak op vergoeding biedt. De ratio van artikel 65 AWBZ Pro is het voorkomen van dubbele verzekering voor gelijkwaardige zorg, maar hier is geen sprake van gelijkwaardige aanspraken. De Hoge Raad benadrukt dat de wetgever niet heeft beoogd aanvullende verzekeringen voor niet-AWBZ-dekking te verbieden. De zaak wordt zelf afgedaan en de vordering van [eiser] toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de vordering tot vergoeding van de aanvullende zorgverzekering toe.