ECLI:NL:HR:2010:BN6196
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van eis in reconventie en procesrechtelijke aspecten bij huurovereenkomst
In deze zaak gaat het om een geschil tussen huurder en verhuurder over een huurovereenkomst van een woon- annex bedrijfsruimte, die per 1 oktober 2004 is aangegaan en op 1 december 2005 buitengerechtelijk is beëindigd. Eiser vordert schadevergoeding wegens tekortkomingen van verweerder in de nakoming van de huurovereenkomst. Verweerder stelde een tegenvordering (eis in reconventie) tot betaling van diverse bedragen, waaronder koopprijs, lening en achterstallige huur.
De kantonrechter heeft de eis in reconventie van verweerder toegelaten ondanks dat deze niet op de gebruikelijke wijze was geformuleerd en ondanks dat eiser voorafgaand aan de comparitie geen gelegenheid had gehad om schriftelijk verweer te voeren tegen deze eis. Het hof heeft dit bevestigd en geoordeeld dat eiser voldoende gelegenheid heeft gehad om zich nadien te verweren, waardoor het beginsel van hoor en wederhoor niet is geschonden.
Eiser stelde in cassatie dat het hof onjuist had geoordeeld en dat de eis in reconventie niet tijdig was ingesteld. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtsklacht voldoende duidelijk is, maar faalt deze klacht. Het hof heeft terecht geoordeeld dat de kantonrechter de stellingen van verweerder als een eis in reconventie mocht opvatten en dat eiser niet in zijn procesbelangen is geschaad. De motiveringsklacht voldoet niet aan de vereisten en wordt niet behandeld.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiser in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eerdere uitspraken worden bekrachtigd.