ECLI:NL:PHR:2011:BQ1689
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over schadeloosstelling en hoor en wederhoor bij onteigening
De zaak betreft een geschil over de vaststelling van schadeloosstelling na vervroegde onteigening van meerdere percelen door de gemeente Tynaarlo. De rechtbank had de schadeloosstelling vastgesteld op €553.671 en bepaald dat eiseres een bedrag van €91.858,50 aan de gemeente moest terugbetalen, vermeerderd met 2% rente. Eiseres stelde dat zij onvoldoende gelegenheid had gekregen om de exploitatieopzet van de gemeente in te zien en te reageren op het deskundigenrapport, waarmee het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden.
De Hoge Raad overwoog dat het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering slechts beperkt van toepassing is op onteigeningsprocedures en dat het beginsel van hoor en wederhoor en het recht op een eerlijk proces zoals neergelegd in artikel 6 EVRM Pro leidend zijn. Uit jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens volgt dat partijen in een procedure voldoende gelegenheid moeten krijgen om kennis te nemen van en te reageren op deskundigenrapporten. In deze zaak was eiseres pas laat in de procedure in de gelegenheid gesteld de exploitatieopzet in te zien, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet zodanig laat was dat het vermoeden van schending van hoor en wederhoor gerechtvaardigd was.
Daarnaast werd geoordeeld dat het terug te betalen bedrag aan de gemeente vermeerderd mocht worden met rente van 2%, omdat het genot van het te veel ontvangen voorschot een voordeel is dat verrekend mag worden met de schadeloosstelling. De Hoge Raad verwierp het beroep in cassatie en bevestigde de rechtmatigheid van het vonnis van de rechtbank.
De uitspraak benadrukt het belang van het beginsel van hoor en wederhoor in onteigeningsprocedures, maar erkent ook de praktische grenzen hiervan. Tevens verduidelijkt het arrest de wijze van rentevergoeding over terug te betalen voorschotten bij onteigening.
Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen, het vonnis van de rechtbank blijft in stand.