ECLI:NL:PHR:2011:BR5223
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Werkgeversaansprakelijkheid bij letsel werknemer door geweld TBS-patiënt tijdens werkzaamheden
De zaak betreft de aansprakelijkheid van Stichting Forensisch Psychiatrisch Instituut De Rooyse Wissel (RW) voor letsel dat een werknemer, socio-therapeut [verweerder], opliep door geweld van een TBS-patiënt tijdens zijn werkzaamheden.
De werknemer vorderde schadevergoeding op grond van art. 7:658 BW Pro en art. 7:611 BW Pro BW. De rechtbank wees de vordering af, het hof oordeelde dat RW niet aansprakelijk was op grond van art. 7:658 BW Pro, maar wel op grond van art. 7:611 BW Pro vanwege het structureel gevaarlijke karakter van het werk en de onvoorspelbaarheid van het gedrag van TBS-patiënten. Het hof stelde ook een verzekeringsplicht vast voor de werkgever.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug. De Hoge Raad benadrukt dat art. 7:611 BW Pro geen aanvullende aansprakelijkheid biedt indien art. 7:658 BW Pro geen aansprakelijkheid oplevert. De Hoge Raad wijst op de noodzaak van een verwijt aan de werkgever en dat risicoaansprakelijkheid zonder verwijt niet past binnen het stelsel. Ook wordt benadrukt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom RW niet in staat zou zijn geweest adequate instructies te geven of maatregelen te treffen. Daarnaast wordt het belang van de stelplicht en bewijslast van de werkgever onder art. 7:658 BW Pro benadrukt.
De conclusie bevat tevens een uitgebreide juridische analyse over de grenzen van werkgeversaansprakelijkheid, de rol van verzekeringen, en de maatschappelijke en juridische implicaties van een ruime aansprakelijkheid voor onvoorspelbaar gedrag van derden. De Hoge Raad pleit voor voorzichtigheid en het wachten op wetgevende of sociale partners om oplossingen te bieden, en wijst op het risico van een onwenselijke rechtsontwikkeling bij het creëren van een algemene risicoaansprakelijkheid.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof en verwijst zaak terug; geen aansprakelijkheid werkgever op grond van art. 7:611 BW naast art. 7:658 BW zonder verwijt.