ECLI:NL:PHR:2011:BQ2312
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige overheidsdaad en verjaring bij extern veiligheidsbeleid Schiphol
Chipshol, een gebiedsontwikkelaar, kocht in 1990 het Groenenbergterrein nabij Schiphol met het oog op ontwikkeling tot bedrijventerrein. De Staat stelde in de PKB-Schiphol externe veiligheidszones vast die beperkingen oplegden aan het gebruik van dit terrein. Chipshol stelde dat de veiligheidszones onjuist waren vastgesteld en dat de Staat onrechtmatig handelde door vast te houden aan deze zones ondanks nieuwe inzichten die lagere risico's aantoonden.
De bestuursrechter verklaarde de besluiten over de veiligheidszones onrechtmatig vanwege het gebruik van verouderde risicoberekeningen. Chipshol vorderde vervolgens schadevergoeding van de Staat wegens de beperking van haar ontwikkelingsmogelijkheden. De rechtbank en het hof oordeelden echter dat de Staat niet onrechtmatig had gehandeld jegens Chipshol, mede omdat de Provincie en de Gemeente afwegingsvrijheid hadden bij de implementatie van het beleid en de Staat niet onrechtmatig had aangedrongen op het gebruik van de onjuiste zones.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de vordering tot schadevergoeding verjaard was, omdat Chipshol al in 2000 bekend was met de mogelijkheid van schade en de Staat als aansprakelijke partij, terwijl zij pas in 2006 aansprakelijkstelling deed. De Hoge Raad bevestigde dat voor het bekend zijn van schade niet vereist is dat de precieze omvang bekend is, maar wel dat de mogelijkheid van schade vaststaat. De vordering werd daarom afgewezen wegens verjaring.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de vordering van Chipshol tot schadevergoeding af wegens verjaring en bevestigt dat de Staat niet onrechtmatig heeft gehandeld.