ECLI:NL:PHR:2011:BQ2739
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tussentijdse beëindiging wettelijke schuldsaneringsregeling op grond van art. 350 lid 3 sub f Fw
De zaak betreft een verzoek tot cassatie tegen een arrest van het hof te 's-Hertogenbosch waarin het hof het tussentijds beëindigingsvonnis van de rechtbank Roermond vernietigde en het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling afwees. De rechtbank had eerder de schuldsaneringsregeling definitief toegepast op [verweerder] c.s. en op verzoek van [verzoeker] c.s. de regeling tussentijds beëindigd wegens een vordering.
In hoger beroep oordeelde het hof dat er geen sprake was van feiten en omstandigheden als bedoeld in art. 350 lid 3 sub f Fw Pro die tussentijdse beëindiging rechtvaardigen. Het hof stelde vast dat de rechtbank bij het toelatingsvonnis op de hoogte was van de toerekenbare tekortkoming van [verweerder] c.s. en dat er geen nieuwe feiten waren die tot afwijzing van het toelatingsverzoek hadden moeten leiden.
De Hoge Raad overwoog dat het hof niet buiten de rechtsstrijd was getreden door deze feiten te betrekken en dat het hof de vrijheid had om alle ten processe gebleken feiten mee te wegen. De klachten dat het hof de feitelijke grondslag ambtshalve had aangevuld of onbegrijpelijke uitleg had gegeven, werden verworpen. Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd, waardoor de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling niet wordt toegewezen.