ECLI:NL:PHR:2011:BQ2804
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onredelijkheid beroep verzekeraar op verval brandverzekering na fusie zonder tijdige melding
Deze zaak betreft de overgang van het verzekerd belang onder een brandverzekering door een fusie van twee vennootschappen, waarbij de verkrijgende vennootschap nalaat aan de verzekeraars te verklaren dat zij de verzekering overneemt. Volgens de polisvoorwaarden leidt dit tot verval van de verzekering. Roestvrij, de verkrijgende vennootschap, vordert betaling van schadevergoeding na een brand.
De rechtbank wees de vordering af, maar het hof vernietigde dit en veroordeelde de verzekeraars tot betaling. Het hof oordeelde dat het beroep van de verzekeraars op het vervalbeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was, mede omdat de verzekeraars niet hadden gemotiveerd dat zij de verzekering bij tijdige melding zouden hebben opgezegd.
De Hoge Raad bevestigt dat het vervalbeding in de polis, vergelijkbaar met artikel 7:948 lid 2 BW Pro, een redelijke regeling is, maar dat het beroep daarop in dit concrete geval onaanvaardbaar is. Het hof heeft terecht geoordeeld dat de verzekeraars onvoldoende hebben gesteld waarom zij de verzekering zouden hebben opgezegd als zij tijdig waren geïnformeerd. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep.
Uitkomst: Het beroep van de verzekeraars op het vervalbeding van de brandverzekering wordt naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar geacht en het cassatieberoep wordt verworpen.