ECLI:NL:PHR:2011:BQ2933
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid cassatiedagvaarding wegens ontbrekende vermelding gevolgen niet tijdige griffierechtbetaling
In deze zaak stond centraal de vraag of het ontbreken van de vermelding van de gevolgen van niet tijdige betaling van het griffierecht in de cassatiedagvaarding nietigheid tot gevolg heeft. De Hoge Raad overwoog dat artikel 407 lid 2 Rv Pro. vereist dat de cassatiedagvaarding de gevolgen vermeldt van het niet tijdig betalen van het griffierecht, hoewel deze bepaling niet expliciet onder de nietigheidssanctie van artikel 120 lid 1 Rv Pro. valt.
De conclusie was dat het voorschrift van artikel 407 lid 2 Rv Pro. als een vervanging fungeert van de regel uit artikel 111 lid 2 onder Pro i Rv. die wel nietigheid tot gevolg heeft bij niet-naleving. De Hoge Raad benadrukte dat een strikt letterlijke lezing van de wet de bedoeling van de wetgever geweld zou aandoen en dat de onjuiste vermelding moet worden aangemerkt als een tot nietigheid leidend verzuim.
Omdat de cassatiedagvaarding de geïnsinueerde kennelijk heeft bereikt, moet de eiser in de gelegenheid worden gesteld om tegen een nadere roldatum een herstelexploot uit te brengen. De zaak wordt daarom aangehouden voor het uitbrengen van een herstelexploot, waarmee de procedure kan worden voortgezet.
Uitkomst: De zaak is aangehouden voor het uitbrengen van een herstelexploot wegens nietigheid van de cassatiedagvaarding.