ECLI:NL:HR:2011:BQ2933
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Nietigheid dagvaarding wegens ontbreken gevolgen niet tijdige griffierechtbetaling in cassatieprocedure
In deze cassatieprocedure stelde eiseres beroep in tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem. De dagvaarding vermeldde niet de gevolgen die de wet verbindt aan het niet tijdig betalen van het griffierecht, zoals vereist volgens art. 407 lid 2 Rv Pro. Verweerster verscheen niet, waarna eiseres verstekverlening verzocht.
De Hoge Raad overwoog dat art. 407 lid 2 Rv Pro voorschrijft dat de dagvaarding de gevolgen van niet tijdige griffierechtbetaling moet vermelden. Hoewel deze bepaling niet expliciet onder de sanctie van nietigheid valt, moet dit wel worden aangenomen vanwege de samenhang met art. 111 lid 2 en Pro art. 120 lid 1 Rv Pro, die wel nietigheid als sanctie kennen.
Daarom kan thans geen verstek tegen verweerster worden verleend. Omdat niet aannemelijk is dat de dagvaarding verweerster niet heeft bereikt, wordt op grond van art. 120 lid 2 Rv Pro een nieuwe rechtsdag bepaald. De zaak wordt aangehouden tot 13 mei 2011, waarbij eiseres op eigen kosten een herstelexploot moet uitbrengen met herstel van het gebrek.
Het arrest werd gewezen door de vice-president Fleers als voorzitter en raadsheren van Buchem-Spapens, Numann, Hammerstein en Asser, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden en een nieuwe rechtsdag bepaald voor herstel van het gebrek in de dagvaarding.