ECLI:NL:PHR:2011:BQ5065
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens niet-betaling van facturen door vennootschap
De zaak betreft de aansprakelijkheid van een bestuurder van een vennootschap ([A] B.V.) voor het niet betalen van facturen aan een leverancier ([eiseres]). [A] had een kredietfaciliteit bij de Rabobank, die in juli 1998 werd opgezegd. De leverancier leverde uien aan [A], maar de facturen werden niet betaald. De rechtbank oordeelde dat sprake was van betalingsonwil en stelde de bestuurder aansprakelijk. Het hof vernietigde dit en oordeelde dat de bestuurder niet onrechtmatig had gehandeld, omdat het niet voorzienbaar was dat de facturen niet betaald konden worden. De Hoge Raad stelt dat het oordeel van het hof over de opzegging van de kredietfaciliteit en de blokkering van de rekening onbegrijpelijk is gemotiveerd, omdat uit de stukken blijkt dat de rekening tot 16 juli 1998 niet geblokkeerd was en betalingen mogelijk waren. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd vanwege onbegrijpelijke motivering over de opzegging van de kredietfaciliteit en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.