ECLI:NL:HR:2011:BQ5065
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens niet-betaling van facturen door vennootschap
In deze zaak stond de vraag centraal of de bestuurder van een vennootschap onrechtmatig had gehandeld door de facturen van een leverancier niet te laten betalen. De vennootschap had grote hoeveelheden uien gekocht en ontvangen, maar de facturen bleven onbetaald. De bank financierde de vennootschap, maar zegde het krediet op na signalen over financiële problemen.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van betalingsonwil van de bestuurder, terwijl het hof dit verwerpt en concludeerde dat de bestuurder niet onrechtmatig had gehandeld omdat de vennootschap niet kon betalen. De Hoge Raad stelt echter vast dat het hof onbegrijpelijk heeft gemotiveerd dat de bestuurder niet meer kon betalen vanaf 9 of 10 juli 1998, terwijl uit verklaringen blijkt dat de rekening pas op 16 juli 1998 geblokkeerd werd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing. De bestuurder wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.