ECLI:NL:PHR:2011:BQ6004
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid doorzoeking en bewijsvoering in zaak wapens en munitie
In deze zaak werd verdachte door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens medeplegen van verboden handelen met betrekking tot de Opiumwet en de Wet wapens en munitie. De zaak betrof onder meer een doorzoeking van een woning op grond van art. 49 Wet Pro wapens en munitie, waarbij munitie werd aangetroffen.
Verdachte stelde in cassatie onder meer dat de doorzoeking onrechtmatig was omdat deze uitsluitend was gebaseerd op anonieme CIE-informatie, en dat het bewijs van de aangetroffen munitie onvoldoende was omdat de verbalisant niet deskundig was. Het hof had echter geoordeeld dat de CIE-informatie betrouwbaar en actueel was, mede gelet op eerdere veroordelingen van verdachte, en dat de verbalisant voldoende deskundig was om de munitie te identificeren.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het hof de rechtmatigheid van de doorzoeking en de bewijsmiddelen voldoende had gemotiveerd. De klachten van de verdediging werden verworpen en het cassatieberoep werd afgewezen.
De uitspraak benadrukt de beperkte toetsing die de Hoge Raad verricht aan de waardering van feiten door de feitenrechter, en bevestigt dat een anonieme tip in combinatie met andere gegevens kan volstaan voor een redelijk vermoeden tot doorzoeking op grond van de Wet wapens en munitie.
Daarnaast werd bevestigd dat een opsporingsambtenaar, ook zonder specifieke deskundigheid, een proces-verbaal kan opmaken over de aard van aangetroffen munitie, mits de onderzoeksmethode betrouwbaar is.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling van verdachte wegens overtreding van de Wet wapens en munitie bleef in stand.