ECLI:NL:PHR:2011:BQ6015
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring en strafoplegging wegens onvoldoende bewijs voordeel uit misdrijf
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte veroordeeld werd voor meerdere feiten, waaronder het opzettelijk uit de opbrengst van een misdrijf voordeel trekken. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte gedurende een periode van twaalf jaar gebruik maakte van een woning en voorzieningen die betaald werden uit een uitkering die door valsheid in geschrift was verkregen door een medeverdachte.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte wist dat de woning en voorzieningen geheel of gedeeltelijk werden betaald uit de frauduleus verkregen uitkering. Hoewel vaststond dat verdachte met de medeverdachte samenwoonde en dat de medeverdachte een uitkering had verkregen door valsheid in geschrift, ontbrak het bewijs dat verdachte daarvan bewust voordeel trok.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het betrekking heeft op het bewezenverklaarde voordeel uit misdrijf en de strafoplegging daaromtrent. De zaak wordt terugverwezen naar het hof of een ander hof voor hernieuwde berechting. De overige bewezenverklaringen en strafoplegging blijven onbesproken.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor het bewezenverklaarde voordeel uit misdrijf en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.