ECLI:NL:PHR:2011:BQ6019
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling valsheid in geschrift en opzettelijk nalaten gegevensverstrekking bij uitkeringsfraude
In deze strafzaak is verdachte door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens meermalen gepleegde valsheid in geschrift en het opzettelijk nalaten van het tijdig verstrekken van gegevens die van belang zijn voor de vaststelling van haar recht op uitkering. Verdachte had in de periode van 1996 tot en met 2006 onjuiste verklaringen afgelegd over haar woonsituatie, waarbij zij onterecht aangaf alleenstaand te zijn terwijl zij feitelijk samenwoonde met een medeverdachte.
Het bewijs bestond uit diverse proces-verbalen met verklaringen van verdachte, medeverdachte en getuigen, alsmede uit schriftelijke bewijsstukken zoals ingevulde en ondertekende inkomstenverklaringen, rechtmatigheidsformulieren en statusformulieren. Daarnaast werden meterstanden en energieverbruiken van de betrokken adressen gebruikt om de samenwoning te onderbouwen.
De verdediging voerde onder meer aan dat bepaalde bewijsmiddelen onvoldoende redengevend waren, maar de Hoge Raad verwierp dit middel en oordeelde dat de bewijsmiddelen samen genomen voldoende waren om het bewezenverklaarde vast te stellen. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk.