ECLI:NL:PHR:2011:BQ6691
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring mensenhandel en uitbuiting ondanks affectieve relatie
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Leeuwarden waarin verdachte is veroordeeld voor mensenhandel en uitbuiting van een kwetsbare vrouw. Verdachte had een hulpverleningsrelatie en een seksuele relatie met het slachtoffer, die psychisch kwetsbaar was en financieel afhankelijk van verdachte.
Het hof stelde vast dat verdachte misbruik maakte van zijn overwicht en de kwetsbare positie van het slachtoffer, die zich niet kon onttrekken aan de situatie. Verdachte had het slachtoffer gehuisvest, haar gedwongen arbeid en seksuele diensten laten verrichten zonder vergoeding, en haar financiële middelen beheerd. Het hof oordeelde dat de cumulatie van deze gedragingen een ernstige inbreuk op de lichamelijke en geestelijke integriteit en persoonlijke vrijheid van het slachtoffer vormde, en daarmee uitbuiting in de zin van art. 273f Sr.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel dat stelde dat sprake was van een gewone affectieve relatie met wederzijdse instemming. De Hoge Raad bevestigde dat het hof terecht heeft geoordeeld dat verdachte misbruik maakte van de ongelijke machtsverhouding en kwetsbaarheid van het slachtoffer. Ook het oordeel dat sprake was van uitbuiting en een ernstige inbreuk op fundamentele mensenrechten werd niet onbegrijpelijk geacht.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn in cassatie was overschreden, hetgeen leidt tot strafvermindering. Het cassatieberoep werd echter voor het overige verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor mensenhandel en uitbuiting en past strafvermindering toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.