ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ9385
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling hulpverlener voor mensenhandel en uitbuiting van cliënt
Verdachte, een hulpverlener met BIG-registratie, had sinds 1997 een hulpverleningsrelatie met aangeefster, een kwetsbare vrouw met psychische problemen en beperkte draagkracht. Vanaf 2008 woonde zij op zijn zolderkamer, waar verdachte volledige controle over haar kreeg, misbruik makend van haar kwetsbare positie en zijn psychisch overwicht.
Het hof stelde vast dat verdachte haar dwong tot seksuele handelingen, huishoudelijke arbeid en financiële uitbuiting, waaronder het ondertekenen van een lening en het inleveren van haar bankpas. Verdachte maakte ook video-opnames van seksuele aard onder het voorwendsel van een cursus. De overeenkomst waarin aangeefster beloofde blindelings te gehoorzamen, illustreert de machtsongelijkheid.
De rechtbank sprak verdachte vrij van enkele tenlastegelegde feiten, maar het hof verklaarde deze bewezen en veroordeelde hem tot twee jaar gevangenisstraf. Het hof oordeelde dat de uitbuiting een ernstige inbreuk op fundamentele mensenrechten betrof, passend binnen de definitie van mensenhandel volgens artikel 273f Sr.
Het hof verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk voor een deel van het hoger beroep, vernietigde het vonnis voor zover aan hoger beroep onderworpen en deed zelf recht. Ontzetting van het recht om als hulpverlener te werken werd niet opgelegd vanwege eerdere ontzetting en leeftijd van verdachte.
De gegevensdragers met beelden van seksuele gedragingen werden aan het verkeer onttrokken en overige goederen werden teruggegeven aan de betrokkenen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf wegens mensenhandel en uitbuiting van een kwetsbare cliënte.