ECLI:NL:PHR:2011:BQ6703
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing meerdaadse samenloop bij hennepteelt en aanwezigheid
In deze zaak is verdachte door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet, namelijk het telen van hennepplanten en het aanwezig hebben daarvan in een pand te Schiedam.
Verdachte stelde in cassatie dat het hof ten onrechte meerdaadse samenloop (art. 57 Sr Pro) had toegepast in plaats van eendaadse samenloop (art. 55 Sr Pro), omdat het telen en aanwezig hebben van dezelfde hennepplanten op dezelfde plaats en met dezelfde strekking van de verboden zou zijn.
De Hoge Raad overweegt dat eendaadse samenloop vereist dat de strafbepalingen een vergelijkbare strekking hebben, er eenheid van tijd en plaats is, en een wezenlijke samenhang in de overtredingen. Omdat de periode van telen (1 januari tot 20 maart 2007) en de aanwezigheid (21 maart 2007) niet samenvallen in tijd, is geen sprake van eendaadse samenloop.
Daarnaast merkt de Hoge Raad op dat het hof de feiten ook als voortgezette handeling (art. 56 Sr Pro) had kunnen kwalificeren, wat een lager strafmaximum kent, maar dit geen gevolgen heeft voor de opgelegde straf die ruim onder het maximum bleef. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de straf van twee maanden gevangenisstraf blijft gehandhaafd.