ECLI:NL:PHR:2011:BQ7311
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdige betaling griffierecht en correcte oproeping wrakingsverzoek
De zaak betreft een cassatieberoep van verzoeker tegen een beschikking van het hof dat hem niet-ontvankelijk verklaarde in hoger beroep tegen de afwijzing van een wrakingsverzoek. Het wrakingsverzoek richtte zich tegen de rechter die de zaak behandelde. Verzoeker stelde dat hij niet correct was opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek.
De Hoge Raad oordeelt dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet tijdig is voldaan, zoals vereist op grond van de Wet griffierechten burgerlijke zaken. Daarnaast bespreekt de Hoge Raad inhoudelijk het cassatiemiddel en stelt vast dat de oproeping per fax rechtsgeldig was, omdat de verzoeker zelf het faxnummer had opgegeven en er geen aanwijzingen waren dat de oproep hem niet had bereikt.
De Hoge Raad benadrukt dat de wettelijke regels voor oproeping van een verzoeker niet vereisen dat bij niet verschijnen een nieuwe oproeping per aangetekende brief of exploot moet worden gedaan. De eerdere arresten waarop verzoeker zich beroept, zijn niet van toepassing omdat zij zien op oproeping van een nog niet verschenen belanghebbende en niet op een verzoeker die al in de procedure is verschenen.
De Hoge Raad concludeert dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is wegens het niet voldoen aan de griffierechten en dat het cassatiemiddel inhoudelijk faalt. Het beroep wordt dus niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht en het falen van het cassatiemiddel over de oproeping.