ECLI:NL:PHR:2011:BQ9854
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldige opzegging door gemeente van duurovereenkomsten met elektriciteitsbedrijf
In deze zaak stond centraal of de gemeente De Ronde Venen rechtsgeldig twee duurovereenkomsten met een elektriciteitsbedrijf kon opzeggen zonder contractuele of wettelijke regeling omtrent opzegging. De overeenkomsten betroffen exploitatie en kabellegging van energiekabels en leidingen in gemeentegrond.
De gemeente had de overeenkomsten per 19 oktober 2006 opgezegd en een publiekrechtelijke verordening ingevoerd. Het elektriciteitsbedrijf betwistte de rechtsgeldigheid van deze opzegging en vorderde onder meer dat de beëindiging zonder rechtsgevolg bleef. De rechtbank wees de vorderingen af, maar het hof oordeelde dat de opzegging niet tot beëindiging had geleid omdat er geen voldoende zwaarwegende grond bestond.
De Hoge Raad bevestigde dat bij het ontbreken van een wettelijke of contractuele regeling de opzegbaarheid van duurovereenkomsten beoordeeld moet worden aan de hand van redelijkheid en billijkheid. Het hof had terecht geoordeeld dat de belangen van het elektriciteitsbedrijf een voldoende zwaarwegende grond voor opzegging vereisten en dat de gemeente die niet had aangetoond. De opzegging bleef daardoor zonder rechtsgevolg. Het beroep van de gemeente werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de opzegging van de duurovereenkomsten door de gemeente geen rechtsgevolg had.