ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3009
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Doorbreking appelverbod wegens schending essentieel voorschrift verzetprocedure in Ziektewet-uitkering
Appellant werd per 28 mei 2003 door een verzekeringsarts geschikt verklaard voor arbeid, waarna het UWV op 4 juni 2003 het recht op Ziektewet-uitkering introk. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Appellant stelde in hoger beroep dat het besluit niet op de voorgeschreven wijze was bekendgemaakt, waardoor de termijn niet was aangevangen.
De Raad oordeelde dat het besluit niet was uitgereikt of aangetekend en appellant ontkende ontvangst, wat niet ongeloofwaardig werd bevonden. Hierdoor was de bezwaartermijn niet gestart en was het bezwaar tijdig ingediend. Tevens werd vastgesteld dat het appelverbod in de verzetprocedure door een schending van een essentieel voorschrift was doorbroken, waardoor het hoger beroep ontvankelijk werd verklaard.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraken en het besluit van het UWV dat het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. Het UWV werd opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen, met inachtneming van de uitspraak. Daarnaast werd het door appellant betaalde griffierecht van €103,- vergoed. Er werden geen proceskosten toegewezen omdat deze niet waren gevorderd of ambtshalve toewijsbaar waren.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt eerdere uitspraken en beveelt het UWV een nieuw besluit op bezwaar te nemen.