ECLI:NL:PHR:2011:BQ9888
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontbinding aannemingsovereenkomst wegens verzuim en toewijzing schadevergoeding
In deze zaak staat de uitvoering van een aannemingsovereenkomst centraal waarbij eiseres tot cassatie ([A]) betaling vordert voor verricht maar onbetaald werk. De overeenkomst betrof de bouw van drie hallen door Staalbouw, waarbij [verweerster 1] als opdrachtgever optrad. Na vertragingen en financiële problemen van Staalbouw ontstond discussie over verzuim, ontbinding van de overeenkomst en schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat [verweerster 2] geen opdrachtgever was en dat er geen verzuim bestond op de ontbindingsdatum, waardoor geen schadevergoeding toekwam. Het hof stelde echter vast dat [verweerster 1] Staalbouw eind juni 2004 terecht in verzuim heeft mogen achten, de overeenkomst partieel mocht ontbinden en aanspraak op schadevergoeding kon maken. Het hof baseerde dit onder meer op een ingebrekestelling en een mededeling van Staalbouw over haar financiële situatie.
Het cassatieberoep richtte zich onder meer tegen het oordeel over de opdrachtgever, het verzuim en de ontbinding. De Hoge Raad oordeelt dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven, dat het verzuim terecht is aangenomen en dat de ontbinding niet disproportioneel was. De klachten falen vanwege gebrek aan feitelijke grondslag en onvoldoende onderbouwing.
De Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van het hof en wijst het cassatieberoep af, waarmee de ontbinding en toekenning van schadevergoeding standhouden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd dat de overeenkomst terecht is ontbonden wegens verzuim en schadevergoeding toekomt.