ECLI:NL:PHR:2011:BR0444
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring bedreiging met misdrijf tegen het leven gericht
In deze zaak stond de vraag centraal of de bedreigingen van verdachte jegens het gezin van het slachtoffer, waaronder het gebruik van een Bijbeltekst die het verpletteren van kinderen tegen een steenrots beschrijft, als bedreiging met een misdrijf tegen het leven konden worden aangemerkt. Het hof had geoordeeld dat de bedreigingen zodanig waren dat bij de bedreigden de redelijke vrees kon ontstaan dat zij het leven zouden verliezen, mede doordat de vader van de kinderen de strekking van de bedreiging aan zijn kinderen had overgebracht.
De verdediging voerde aan dat de bedreiging niet wettig en overtuigend was bewezen, onder meer omdat de bedreigde kinderen de exacte bewoordingen niet kenden en verdachte niet kon weten dat de brieven aan medewerkers van justitie ter kennis van het slachtoffer zouden komen. Het hof verwierp deze verweren op grond van de langdurige problematiek tussen verdachte en slachtoffer en de ernst van de bedreigingen.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof, verwijzend naar eerdere jurisprudentie, en oordeelt dat het gebruik van de Bijbeltekst concreter is dan in vergelijkbare zaken en dat het hof voldoende heeft gemotiveerd dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de bedreigingen ter kennis van het slachtoffer zouden komen. Tevens wordt het verzoek om een onderzoek naar de geestelijke vermogens van verdachte afgewezen omdat het hof op juiste gronden oordeelde dat verdachte zijn belangen behoorlijk kon behartigen.
Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht.